1. Het is een regenachtige dag in Breskens. Henk en Albert, ambulance medewerkers van Zorgsaam zijn op weg naar ziekenhuis de Honte.
2. Door de stromende regen rijden ze langs de kust. Plotseling ziet Henk iets op het strand liggen. Wat zou dat nu kunnen zijn? Vraagt Henk zich af. Is het een zeemeeuw, een verloren vlieger of gewoon een rots?
3. Henk en Albert besluiten ondanks het slechte weer om een kijkje te nemen.
4. Kijk nou, het is een zeehond en er is ook een kleintje bij, zegt Albert verbaasd. Henk kijkt bezorgt naar de zeehond. Die staart ziet er niet al te best uit.
5. Henk en Albert besluiten de zeehondjes mee te nemen naar het ziekenhuis. Ze kunnen ze de diertjes toch niet zomaar op het strand achterlaten?
6. De ambulance haast zich naar Terneuzen. Nieuwsgierig kijken de zeehondjes om zich heen, waar zouden ze heengaan?
7. De verplegers in het ziekenhuis kijken verbaasd op wanneer de brancard met de zeehondjes naar binnen wordt gedragen. Dat zie je niet iedere dag, 2 zeehondjes in een ziekenhuis.
8. Maar zonder te twijfelen worden de zeehondjes verzorgd en in een lekker warm bedje gelegd. Al snel voelen ze zich helemaal thuis. De zeehondjes krijgen zelfs namen: Sam en Sammie.
9. Na een aantal dagen zijn Sam en Sammie weer helemaal de oude. Henk en Albert brengen hen terug naar de kust.
10. Sam en Sammie kunnen niet wachten om weer terug de westerschelde in te gaan. Ze geven Henk en Albert een dikke knuffel en gaan het water in. ‘Tot ziens Sam en Sammie’ roept Henk hen na. ‘We komen jullie graag nog eens opzoeken’ voegt Albert eraan toe. Sam en Sammie zwaaien en zwemmen dan vrolijk weg.